Verlaagde roerende voorheffing onder bepaalde voorwaarden

Sinds 1 januari 2017 geldt bij uitkering van dividenden een uniform tarief van 30% roerende voorheffing (voordien: 27%).

Maar vanaf 1 juli 2013 geldt, onder bepaalde voorwaarden, een verlaagde roerende voorheffing van 20 of 15 % voor dividenden die voortkomen uit nieuwe aandelen uitgegeven door KMO vennootschappen, zoals Alterfin.

1. Voorwaarden

Aandelen komen slechts in aanmerking voor de nieuwe verlaagde roerende voorheffing indien ze worden uitgeven op naam (en dus niet onder gedematerialiseerde vorm) ter vergoeding van een inbreng in geld:

  • in een KMO vennootschap (wat het geval is van Alterfin op datum van vandaag). Deze voorwaarde geldt enkel voor het boekjaar tijdens hetwelk de kapitaalinbreng geschiedt. Wordt de vennootschap tijdens een later boekjaar een grote vennootschap dan blijft deze voorwaarde dus vervuld;
  • die volledig volstort is;
  • De aandeelhouders moeten daarom ook op ononderbroken volle eigenaar blijven van de aandelen die zij hebben onderschreven om van de verlaagde voorheffing te kunnen profiteren.

Het voordeel gaat bijgevolg verloren bij eigendomsoverdracht, behoudens in een aantal specifieke gevallen in het bijzonder:

  • overdracht in rechte lijn of tussen echtgenoten via erfenis of schenking in volle eigendom;
  • een verdeling van de volle eigendom in blote eigendom en vruchtgebruik ten gunste van de erfgenamen en overlevende echtgenoot als gevolg van een erfenis, legaat of van een ascendentenverdeling die geen afbreuk doet aan het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot;
  • overdrachten als gevolg van fusies, splitsingen en ermee gelijkgestelde verrichtingen uitgevoerd op fiscaal neutrale wijze.

2. Vanaf wanneer geldt het gunsttarief?

De normale roerende voorheffing van 30% blijft van toepassing op de dividenden verleend of toegekend vóór de winstverdeling van het tweede boekjaar na dat van de inbreng. Pas daarna verlaagt roerende voorheffing tot

  • 20 % voor de dividenden verleend of toegekend bij de winstverdeling van het tweede boekjaar na dat van de inbreng
  • 15 % voor de dividenden verleend of toegekend bij de winstverdeling van het derde boekjaar na dat van de inbreng, en bij de daaropvolgende winstverdelingen.

3. Maatregelen om misbruiken voorkomen

Om te vermijden dat vennootschappen geneigd zouden zijn hun kapitaal voorafgaand te verlagen, om vervolgens een verhoging door te voeren die zou toelaten dat de dividenden onderworpen worden aan een verlaagde voorheffing, worden de kapitaalsverhogingen die worden gerealiseerd na een kapitaalvermindering uitgevoerd vanaf 1 mei 2013, buiten beschouwing gelaten.

Dit geldt zelfs wanneer de persoon die de sommen afkomstig uit de kapitaalvermindering heeft ontvangen, niet zelf de kapitaalverhoging onderschrijft, maar wel zijn echtgenoot, zijn ouders of zijn niet-ontvoogde minderjarige kinderen.

Indien tenslotte een kapitaalvermindering volgt op een kapitaalverhoging dan wordt de vermindering prioritair aangerekend op de vanaf 1 juli 2013 ingebrachte kapitalen.

Voor meer details, lees het artikel 5 via volgende link.

4. Overzicht in tabelvorm

aandelen gekocht roerende voorheffing jaar uitkering dividend
vóór 1/07/2013 30% 2018
1/07/2013 tot 31/12/2014 15% 2018
1/01/2015 tot 31/12/2015 20% 2018
1/01/2016 tot 31/12/2017 30% 2018

Terug naar de voordelen

Login